Olympisch goud
Meedoen aan de Olympische Spelen was mijn grote droom toen ik een jaar of negen was. Toen, in 1994, zag ik op de tv de Olympische schaatswedstrijden in het Vikingskipet in Hamar en net zoals de Noor Johann Olav Koss wilde ik drie gouden medailles winnen.
Dat was misschien wat hoog gegrepen, aangezien ik in een klein dorpje in Zeeland woonde en de dichtstbijzijnde ijsbaan in Den Haag lag, bijna honderd kilometer verderop. Ik durfde mijn ouders niet eens te vragen of ik op schaatsen mocht; ik zat immers al op gym.
Gelukkig lag er in die tijd iedere winter natuurijs en was de ijsbaan van ons dorp wél dichtbij. Ik hoefde alleen de dijk over. Hele middagen en avonden bracht ik door op het ijs. Ik was Tonny de Jong, Annamarie Thomas en Anni Friesinger in één.
De gouden medaille die ik het liefst wilde winnen was die van de 1500 meter, het koningsnummer. Tijdens de Olympische Spelen van 2010 moest het gebeuren. Dan was ik 29 jaar oud, precies op de toppen van mijn kunnen.
Lang verhaal kort: ik ging pas schaatsen in mijn studententijd en hing liever in de kroeg dan op de ijsbaan. In 2010 was ik wel in Vancouver, maar aan het werk als keukenhulp in het Holland Heineken House. Ondertussen won Ireen Wüst daar míjn afstand.
Ja, Ireen Wüst, erelid van IJsclub Tilburg, die natuurlijk wel een ijsbaan naast de deur had toen ze opgroeide. Of nou ja, ze zal in Eindhoven geschaatst hebben; de Tilburgse ijsbaan bestond nog niet.
In 1994 won Nederland trouwens helemaal niets, of althans, geen enkele gouden medaille. We moesten het doen met zilver voor Rintje Ritsma en drie bronzen plakken voor wederom Ritsma, Falko Zandstra en Bart Veldkamp, die later schaatsbelg werd.
Hoe anders is dat tegenwoordig. De afgelopen jaren kaapte Nederland zowat al het Olympische goud weg. In 2022 wonnen we op de langebaan alleen al zes gouden medailles, waarvan de mooiste natuurlijk voor Ireen Wüst op de 1500 meter was.
Wat een weelde, zoveel Nederlandse helden om tegenop te kijken – ik ben gewoon jaloers op mijn zoontje van zes. Eigenlijk wil hij op judo, maar stiekem ben ik begonnen met schaatsindoctrinatie.
Zo keken we afgelopen december samen het Olympisch Kwalificatie Toernooi en strooide ik met schaatsweetjes. Niet alleen over Femke Kok en Jenning de Boo, vooral ook over Ireen Wüst, Nederlands meest succesvolle Olympiër. Wist je dat ze hier vlakbij geboren is?!
In februari staat de tv alle dagen afgesteld op Studio Milaan en wie weet spreekt hij dan dezelfde droom uit zoals ik ooit deed: ‘Ik wil meedoen aan de Olympische Spelen.’
Zelf heb ik dat bij lange na niet gehaald. Maar ik schaats wél op de Ireen Wüst ijsbaan, vernoemd naar de vrouw die als klein meisje ongetwijfeld dezelfde Olympische droom had.
De cirkel is dus bijna rond, zo rond als een Olympische gouden medaille. En het mooie is: de ijsbaan ligt maar een kwartiertje fietsen van ons huis.
Deze column is geschreven voor De Hardrijder, clubblad van IJsclub Tilburg
0 reacties