Paniek
Het gaat van laag naar hoog en zwelt snel aan. De ramen staan open, het klinkt hard, dwingend, iedereen moet weten dat er iets aan de hand is.
In Nederland horen we het iedere eerste maandag van de maand, meestal rond het middageten, maar altijd precies om 12 uur.
Nu zijn we in Oostenrijk, is het een gewone woensdagavond, net na zessen, we staan op het punt om naar het restaurant te gaan en we horen dus die alarmtoon.
‘Doe de ramen dicht!’ Mijn zoontje wappert met zijn handen richting het open raam en drukt daarna zijn handen tegen zijn oren.
Het lijkt wel of het geluid steeds harder wordt, het dringt door alles heen.
Wat is er aan de hand? Een overstroming? Een modderstroom? Noodweer op komst? Onweer? Een bosbrand?
‘Is het oorlog?’ vraagt mijn zoontje die heen en weer rent.
Kan dat, oorlog? Het flitst door mijn hoofd. Heb ik iets gemist in de berichtgeving van de afgelopen dagen?
Ik las volgens mij wel iets over Oekraïense mannen die niet meer opgevangen worden, maar niets over een dreiging van Poetin richting andere westerse landen.
Drie keer klinkt de alarmtoon. Dan is het stil. En is het aan ons om ons zoontje gerust te stellen.
Het is vast een oefening. Een test. Als er echt iets aan de hand was, zou het alarm niet zomaar stoppen. Dan bleef het wel doorgaan.
Maar zeg dat maar eens tegen een kind van zeven dat iedere maandag vraagt of vandaag het alarm afgaat, dat bang is dat er echt iets gebeurt als het alarm getest wordt, want hoe weet je dan of er een ramp is?
Ergens diep vanbinnen zit bij hem de angst voor alles wat fout kan gaan: oorlog, bosbranden, gevaarlijke stofjes in de lucht. En alarmen, die symbool staan voor alles wat je niet onder controle hebt, wat er mis kan gaan. Of harde geluiden, die aanzwellen, zoals een motor in de verte die steeds dichter bijkomt.
Dan slaat zijn hart op hol, schieten zijn ogen heen en weer en wil hij het liefst wegrennen. Je kan praten als een brugman, maar hij hoort het niet, het dringt niet door, want wat als wat als wat als?!
We denken dat de kiem ligt bij een moment op de kinderopvang, toen hij een jaar of 1 was en er werklui gingen boren in het plafond, zonder waarschuwing – de juffen boos natuurlijk. Vanaf dat moment was het huilen bij elk hard geluid.
Zeker weten doen we het niet. En eigenlijk maakt het ook niet uit. Beter dan de vraag ‘hoe kom je eraan?’ is de vraag ‘hoe kom je ervan af?’
Hier, in Oostenrijk is dit de belangrijkste vraag: waarom gaat het alarm, wat is er aan de hand?
Google weet gelukkig raad. Drie keer de alarmtoon is de oproep voor de brandweer.
Voor de zekerheid zetten we de televisie op staatsomroep ORF 1. Voetbal, gelukkig. ORF 2, een talkshow.
Niets aan de hand, zeggen we. Niet veel later klinkt een sirene en rijdt de brandweer door de straten.
Weer die harde geluiden. Ons zoontje drukt zijn oren dicht. Een klein glimlachje breekt door. Het is niets ergs, althans, niet erg voor ons op dit moment.
En wij weten dat het tijd is om te bewegen en te spelen, om iets anders te doen. Alles om die paniek eruit te krijgen.
0 reacties