Zoekt en gij zult leven

Gepubliceerd door admin op

‘Hoe moeten we nou?’ vraag ik aan mijn vriend. We staan op een berg, ergens in de Franse Pyreneeën. Zo’n honderd meter onder ons de refuge waar we vannacht sliepen. Een paar honderd meter boven ons de bergkam waar je overheen kunt, volgens het boekje de mooiste route terug naar het dal. Maar hoe komen we daar? 

Het pad zijn we kwijt. De routebordjes, geschilderde vlaggetjes en steenmannetjes liggen onder de sneeuw – het is nog vroeg in de zomer. 

Wat doen we, gaan we terug of lopen we door? Terug is dezelfde route als gisteren. Toen klommen we omhoog langs beekjes, bomen en watervallen. Mooi, maar dat hebben we al gezien.

Ik volg altijd het liefst het pad. Degene die de route maakte, zegt dat dit het mooiste, het beste pad is. Het juiste. Dat je hierlangs moet lopen om daar de waterval te zien. Dat je door dit bos heen moet om bij die prachtige heide uit te komen.

Of nog belangrijker: dat dit de veiligste route is. De route waarbij je niet te pletter valt. Uitglijdt of door de sneeuw in een onbekend ravijn terecht komt. Het is het platgetreden pad dat iedereen loopt. 

‘Kom we lopen door,’ zegt mijn vriend. ‘We zoeken zelf onze weg.’

Ik wil nog wat tegensputteren, maar hij begint al te lopen. Er zit niets anders op dan hem te volgen.

De gedachten in mijn hoofd verdwijnen. Het is best leuk zo. Gisteren liepen er de hele tijd groepjes Fransen achter ons te tetteren. Nu is er niemand in onze buurt. Stilte, eindelijk. 

Dan doemt voor ons een muur van steen op, wel tien meter hoog. Het laatste stuk voor de top. Mijn vriend begint omhoog te klauteren, op handen en voeten. 

De eerste meters gaan prima. Maar halverwege glijdt mijn voet weg. Ik slik. Is dit wel verantwoord? Zouden we niet gezekerd moeten zijn? Wat als ik val? Ik zie de koppen in de krant al voor me: Hollanders dood door domme actie. 

‘Ik durf niet meer!’ roep ik naar mijn vriend die nog maar een paar meter moet. Hij kijk niet op of om, maar klimt gewoon door. 

Ik vervloek hem. Mezelf. Hadden we maar de makkelijke weg gekozen. Straks zitten we vast op deze bergkam. Zonder eten of drinken.

‘Niet naar beneden kijken,’ roept hij als hij boven is. ‘Gewoon door klimmen. De andere kant is makkelijker.’ 

Ik worstel mezelf naar boven. Op adrenaline, op angst. En omdat in je eentje zitten huilen op een berg ook niet veel oplevert.

‘Zie je, als we dit niet hadden gedaan,’ zegt mijn vriend als ik dan eindelijk naast hem sta uit te hijgen, ‘dan hadden we dit gemist.’ Hij wijst naar het dal. 

Hij heeft gelijk. Alleen niet vanwege het prachtige uitzicht. We zijn van de route afgeweken: avontuur! Dat betekent niet het einde, ik kan meer dan ik denk. We leven nog! 

O wacht… zie ik dat goed, daar in de verte? Een steenmannetje. Gelukkig, dan zitten we weer op de goede route. Die van het boekje. 

Categorieën: Personage

0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *