Zorgjes tijdens de Dodenherdenking

Gepubliceerd door admin op

‘Moeten we nu stil zijn?’ vraagt mijn zoontje. Hij zit bij mij op schoot, gloeiend. We knikken. ‘Ja, sstttt.’ 

Net op tijd voor ‘De Taptoe’ plukken we ‘m uit bed. Hij kan niet slapen; vanmiddag sliep ‘ie drieënhalf uur en eigenlijk heeft ‘ie geen slaapje meer nodig. Maar ja, bijna veertig graden koorts… ‘Slaap is het beste medicijn,’ zei mijn moeder altijd. Dat zeg ik nu ook tegen hem. 

Bijna drie jaar oud. Wat begrijp je dan van de wereld, van wat je ziet? Twee minuten lang je mond houden. Serieuze gezichten met op de achtergrond alleen het geroep van de meeuwen. De koning in beeld. En dan het Wilhelmus. 

‘Hé, de Peperbus,’ roept mijn zoontje bij het zien van het paleis op de Dam. ‘Hij mag ook niet praten.’ 

De paracetamol begint dus te werken. Gelukkig, misschien lukt het dan toch… Het weekendje weg. Dikke kans dat we weer moeten annuleren, na vier geannuleerde tripjes vorig jaar: oorontsteking (mijn zoontje), dood (mijn moeder) kanker (mijn vader) en ziek (ikzelf). 

We lachten, toen we deze minivakantie een paar weken geleden boekten. 
‘Het zal toch niet…’
‘Nee joh… Hij is net twee keer ziek geweest. Nu gaat het vast lukken.’ 
En we hebben het verdiend, toch?

Foto: PxHere

Terwijl de kransen worden gelegd, er een jong stel met een Oekraïense vlag om zich heen in beeld komt en mijn zoontje aandachtig luistert naar toespraken over gaskamers en ontelbare doden, voel ik me ontzettend decadent.

Schuldbewust ook. Een paar dagen geleden zat ik zelf hoofdschuddend Op 1 te kijken. VVD-kamerlid Daniel Koerhuis zei dat het ‘verschrikkelijk’ was dat een gewoon Nederlands gezin door die staking op Schiphol niet op vakantie kon. En dat na al die corona ellende van de afgelopen twee jaar! 

Ik kreeg een plaatsvervangend gevoel van schaamte, geholpen door de afkeurende blik van Kysia Hekster, de NOS-verslaggeefster, die tegenover hem zat. Zij vertelde dat ze bij de grensovergang in Oekraïne een gezin had gezien dat daar uren stond te wachten met hun zieke kind. Ze gingen maar weer terug richting de oorlog. Naar het ziekenhuis. 

Ik spreek mezelf streng toe: ik doe nu precies hetzelfde als waar ik eerder deze week zo om moest lachen. Huilie huilie, omdat we niet op vakantie kunnen. Poeh, poeh, wat een gezeik zeg, over een vakantie ja of nee. We mogen blij zijn dat we hier samen op de bank zitten in ons eigen huis. We mogen dankbaar zijn dat we zo in vrijheid kunnen leven. 

Nou ja, dat ben ik ook. 

Maar mijn gevoel zegt me dat ik zin heb om op vakantie te gaan. Dat ik het jammer vind dat het wéér niet doorgaat. Mag ik dit denken, als het op de tv over de oorlog gaat, over mensen die echte trauma’s hebben? 

Alles is relatief, er is altijd wat te zeiken. De clichés zijn waar: genieten van de kleine dingen enzo. Net als je gevoelens en emoties toelaten, juist ook de vervelende. Ook al is het om je rot voor te schamen – als je jezelf vergelijkt met anderen.

Heb je een normaal leven, dan maak je je druk om een vaatwasser die niet is ingeruimd. Leef je in de oorlog, dan maak je je druk om bommen die rond je oren vliegen. En als je met een ziek kind op de bank zit… dan gaan je zorgjes over wel of niet op vakantie kunnen en wéér bij de verzekering moeten schooien met je claim.

Erg hoor. 

Trouwens… als je bijna drie bent, zie je dus in alle oude gebouwen de Peperbus. Waarom zou je dan eigenlijk op vakantie willen?

Categorieën: Uncategorized

0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *