De lastmeter

Gepubliceerd door admin op

’Daar hebben we de lastmeter voor.’ De urologieverpleegkundige staat op en pakt een van de folders uit het rek achter haar. Ze legt ’m opengevouwen op tafel en schuift het papier naar ons toe. ’Als u dit op invult en opstuurt, gaan we kijken waarmee we u kunnen helpen.’

Ik moet op het puntje van mijn stoel gaan zitten om het te kunnen zien. Mijn vader doet hetzelfde. Deze folder is immers voor hem. Hij is hier de kankerpatiënt die moet afwachten welk behandelplan er wordt voorgesteld.

Thermometer
Mijn blik valt direct op de thermometer. Erboven staat: hoeveel last hebt u van problemen, klachten, zorgen? Je moet het nummer omcirkelen dat staat voor hoeveel last je ervaart op lichamelijk, emotioneel, sociaal en praktisch gebied. Een 10 is extreem veel. Een 0 is helemaal niet.

Ik word teruggeslingerd in de tijd, naar het einde van de zomer van 2017. Naar het Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg.

’Kunt u aangeven op een schaal van 1 – 10 hoeveel pijn u ervaart?’ vraagt de verpleegkundige aan mijn moeder. ’1 is heel weinig en 10 heel veel.’

’O, een 2 of een 3 denk ik.’ Mijn moeder trekt haar mond in een zuinige glimlach, alsof het allemaal wel meevalt. Alsof ze niet net met een ambulance naar Tilburg is vervoerd voor een spoedoperatie om de tumor in haar hersenen te verwijderen.

Foto: PxHere

Die is zo groot als een pingpongbal en drukt overal tegen aan. Gevolg: knallende hoofdpijn, slechte coördinatie en een slepende moeheid. De afgelopen dagen heeft ze alleen maar in bed gelegen.

We dachten dat ze gewoon weer eens te veel hooi op haar vork had genomen. Een paar weken eerder had ze nog zeker vijftig kilometer gefietst, het hele eiland rond. En mijn broer, voor wie ze graag wilde zorgen, was in Nederland. Had ze zich misschien voor hem groot gehouden?

Geen kankerpatiënt
En zoals ze zelf zei: ze was toch geen kankerpatiënt! Het was al ruim een jaar geleden dat haar long verwijderd was. Sindsdien was het rustig in de borstkas. Het was tijd om verder te gaan, toch? Dus hup, schouders eronder!

Maar nu ligt ze in een ziekenhuisbed in Tilburg. Ze ziet scheel van de pijn en ik weet niet wat ik hoor als ze zegt dat ze de pijn een 2 of een 3 geeft.

’Ma, je hebt echt wel meer hoor,’ zeg ik tegen haar terwijl ik mijn boosheid voel opborrelen. Ik haat het als ze zich groot houdt. ’Je hebt zeker een 7 of een 8. Misschien zelfs nog wel hoger.’

’Ik heb een hoge pijngrens,’ zegt ze, alsof ze er een fors bedrag voor moet neertellen om extra pijnstilling te krijgen. ’Nou, vooruit een 5 dan,’ zegt ze meteen daarna. Ik denk omdat ze ziet hoe kwaad ik ben. ’Maar het kan echt nog wel erger,’ zegt ze zich verontschuldigend. Zegt ze het tegen de verpleegkundige, tegen mij of tegen zichzelf?

Als de verpleegkundige weg gaat om extra pijnstilling te halen, begin ik haar uit te foeteren: waarom zegt ze nou nooit eens hoe het écht met haar gaat? Waarom moet ze toch altijd zo sterk en hard zijn voor zichzelf? ’Hoe weet ik nou hoe hoog een 10 is?’ Ze haalt haar schouders op. ’Het kan altijd erger, toch?’

Dan ben ik weer terug in de spreekkamer van de urologieverpleegkundige. Op de lastmeter kun je nog met een ja of nee aangeven of je last of problemen ervaart met zaken als ’controleverlies’, ’spanning’, ’slaap’, ’tintelingen in handen en voeten’ of ’misselijkheid’.

Draaglast
Ik vraag aan de urologieverpleegkundige hoe goed zo’n lastmeter nou eigenlijk meet wat je wil meten. Wat vul je in als je de ene dag een 8 geeft en de andere dag een 2? Is het dan een 5? ’En als ik heel eerlijk ben,’ zeg ik aarzelend, ’zou ik zelf hoogstens een 2 geven, terwijl het misschien eigenlijk wel hoger moet zijn.’

De urologieverpleegkundige antwoordt dat de lastmeter een praatstuk is, dat het niet om de cijfertjes gaat, maar om welke draagkracht en draaglast je hebt. ’Dat is voor elke persoon anders,’ zegt ze. ’Maar iedereen heeft een grens.’

Ik hoor het haar zeggen, terwijl mijn hoofd door blijft redeneren naar de 1 of 2.

Ja, mijn moeder is net dood. Maar ik ben toch expres een dag minder gaan werken en heb een mooie nieuwe start gemaakt. Ja, mijn vader heeft nu ook kanker. Maar dat is niet levensbedreigend, zeggen ze, daar kun je nog heel lang mee leven. Daar slaan we ons wel doorheen. Dat mijn zoontje al een paar weken slecht slaapt, hebben alle ouders met kleine kinderen.

En dat de oncologen, urologen en alle andere ’logen’ niet precies weten of de kanker van mijn vader uitgezaaid is of niet en we dus nog steeds moeten afwachten wat het behandelplan wordt, is even doorbijten… Dat is toch vooral vervelend voor mijn vader?

Ik begin te grinniken. Misschien staat mijn thermometer toch wel op een 3 of een 4. Of… nou vooruit, een 5.

close

Hoi 👋
je leest nog steeds!

Een mail ontvangen bij een nieuwe blog?

We sturen je geen spam! Lees ons [link]privacybeleid[/link] voor meer informatie.

Categorieën: progressie

0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *